Hoe ontstaat een plek waar natuur, voedsel en gemeenschap samenkomen? In De Tovertuin in Epe draait het niet alleen om het verbouwen van groenten, bloemen en fruit, maar ook om bewustwording van de herkomst van ons voedsel. Op een zonnige zomerochtend ging ik in gesprek met initiatiefnemer Bram Lindhout over zijn liefde voor de natuur, de waarde van een gezonde bodem en het verhaal achter de zelfoogsttuin.
Hoe ben je op dit stuk land in Epe terechtgekomen?
“Ik heb de opleiding Biologische Landbouw gevolgd aan Warmonderhof in Dronten. Dat is een prachtige opleiding waar je intern woont volgens het motto: wonen, werken en leren. Je leeft er samen met andere studenten en leert vooral in de praktijk. Op het terrein zijn verschillende bedrijven, zoals een akkerbouwbedrijf, een veehouderij, een tuinbouwbedrijf en een fruitteeltbedrijf. Daar draai je mee in het dagelijkse werk, terwijl je daarnaast ook lessen volgt op school. Het mooie is dat je aan het einde van de dag van medestudenten hoort wat er op de andere bedrijven is gebeurd. Zo krijg je een breed beeld van de landbouw. Het circulaire landbouwsysteem sprak mij enorm aan en de biologisch-dynamische manier van werken vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt. Na mijn opleiding ben ik op reis gegaan om te zien hoe andere landbouwbedrijven en ecodorpen werken, zowel in Nederland als in het buitenland. Ik wilde ervaren hoe mensen samenleven met de natuur, met het land en met elkaar. Daarna ben ik gaan solliciteren en kwam ik terecht bij De Bolster, een biologische zadenkwekerij in Epe. Daar werkte ik onder andere mee aan de veredeling en gewasverzorging van tomaten, maar ook van rucola, bieten, komkommers, paprika’s en spinazie. Tijdens mijn sollicitatiegesprek vertelde ik al dat ik ooit een zelfoogsttuin wilde beginnen. Ik had toen al een moestuin op de plek waar nu de Tovertuin ligt. De eigenaren van het terrein hadden andere plannen met het land, maar die konden niet doorgaan omdat de benodigde vergunningen uitbleven. Ze hielden daardoor grond over en vroegen mij of ik er iets mee wilde doen. We zijn samen naar de kwaliteit van de bodem gaan kijken en waren meteen enthousiast.”
Dat klinkt interessant. Kun je iets vertellen over de kwaliteit van de bodem?
“Aan de west kant van het perceel ligt een laag van wel 80 centimeter zwarte grond. Zo’n bodem bouwt zich heel langzaam op, ongeveer een millimeter per jaar als je er goed voor zorgt. Organisch materiaal en voedingsstoffen worden opgenomen in de bodem, waardoor die steeds vruchtbaarder wordt. De ondergrond hier bestaat uit dekzand, dat tijdens de ijstijd is afgezet. Door eeuwenlang zorgvuldig beheer is daar een rijke teeltlaag bovenop ontstaan. Vroeger liepen schapen in de zomer op de heide en stonden ze ’s winters op stal. De stal werd bedekt met heideplaggen, die zich vermengden met de mest. Dat materiaal werd vervolgens over de akkers verspreid, waardoor koolstof en voedingsstoffen in de bodem terechtkwamen. Zo is die dikke laag zwarte grond in de loop van honderden jaren opgebouwd. Ik vind het een hele eer dat ik op zo’n vruchtbare bodem mag werken, waar al generaties lang goed voor is gezorgd. Aan de oost kant van het perceel is de bodem heel anders. Daar kom je grind, oer en leem tegen. Met die grond kun je veel minder goed groenten verbouwen, daarom hebben we daar vijvers aangelegd. Op een ander deel hebben we ruimte gemaakt voor natuurontwikkeling en heuveltjes aangelegd waar nu bessenstruiken groeien. Het is belangrijk om naar het land te luisteren en te kijken wat op welke plek het beste past. Verderop ligt de bloementuin. Dat is een wat natter gedeelte van het terrein en daardoor minder geschikt voor de groenteteelt. Voor de ontwikkeling van het land hebben we overal inheemse planten aangebracht. Daarnaast zijn er zo’n 2.000 boompjes geplant, lekker dicht op elkaar, zodat allerlei insecten zich erin kunnen terugtrekken. Die insecten helpen mee om een mooie natuurlijke balans te creëren. Zo zie ik al vroeg bladluizen in de kardinaalsmuts zitten, maar daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Sterker nog; ik ben blij want dat is de eerste voeding voor de lieveheersbeestjes, gaasvliegen en oorwormen waardoor het natuurlijke evenwicht behouden blijft.”
Waarom heb je gekozen voor het opzetten van een zelfoogsttuin?
“Het gemeenschapselement is voor mij heel belangrijk. Daarom heb ik gekozen voor een zelfoogsttuin. Mensen lopen hier zelf door de tuin en zien hoe alles groeit. Ze leren wanneer een groente, zoals een biet of venkel, klaar is om geoogst te worden. Het is mooi om te zien hoe enthousiast ze daarvan worden. Juist dat zelf door de tuin lopen en betrokken zijn bij het groeiproces geeft veel meer verbinding dan wanneer je simpelweg een groentepakket ontvangt. Leden mogen bovendien zelf bepalen hoeveel ze van een bepaalde groente meenemen. Dat gebeurt op basis van vertrouwen. Ik hoor vaak van mensen dat ze meer groenten zijn gaan eten sinds ze lid zijn. Ze weten precies waar hun eten vandaan komt, zien hoe het groeit en oogsten het supervers.Verbinding is hier het sleutelwoord: verbinding met het land, met het eten, met de gemeenschap, met de natuur en de seizoenen. De natuur is de context waarin dat allemaal samenkomt.”
Wat is je grootste uitdaging geweest de afgelopen jaren?
“In het begin maakte ik elke dag lijstjes met alles wat er moest gebeuren. Ik plande mijn werkzaamheden zorgvuldig in, maar kwam er al snel achter dat dat in de praktijk heel anders liep. Op vrijdag was ik soms nog bezig met de lijst van dinsdag. Alles kostte veel meer tijd dan ik van tevoren had ingeschat. Dat is iets wat je moet leren: hoeveel kun je eigenlijk doen in een bepaalde tijd? Daarnaast moest ik ook accepteren dat het werk hier nooit echt af is. Er is altijd wel iets te doen. De grootste uitdaging is dan ook om de juiste balans te vinden tussen mijn privéleven en het werk in de tuin.”
Wat is jouw favoriete activiteit op de Veluwe en welke tip zou je onze lezers meegeven?
“Ik wandel graag door het bos, al doe ik dat eigenlijk veel te weinig. Er is altijd genoeg te doen in de tuin, waardoor ik ook in de weekenden vaak aan het werk ben. Gelukkig is het in de winter wat rustiger. Dat heeft me de afgelopen twee winters de mogelijkheid gegeven om op reis te gaan. Mijn tip? Trek eropuit en neem de tijd om de natuur echt te ervaren. Wandel eens zonder haast door het bos of over het landschap en kijk goed om je heen. Hoe meer aandacht je hebt voor wat er groeit en leeft, hoe meer je gaat zien.”
Welke aspecten van de natuur spreken jou het meeste aan en waarom?
“De kringloop. In de natuur beweegt alles in cirkels. Alles wordt gegeten, vergaat en vormt weer voeding voor iets nieuws. Dat proces gaat voortdurend door. Daarnaast spreekt het zelfregulerende vermogen van de natuur mij enorm aan. Mensen denken vaak dat ze moeten ingrijpen wanneer er tijdelijk veel van een bepaalde diersoort is. Maar de natuur kent voortdurend verschuivende evenwichten. Het is een dynamisch systeem: soms is er even een overschot van een bepaalde soort, maar vaak ontstaat er in de jaren daarna vanzelf weer een natuurlijke balans.”
Welk boek lees je op dit moment?
“Op dit moment lees ik ‘Een vlecht van heilig gras’ van Robin Wall Kimmerer. Dat vind ik een prachtig boek. De schrijfster laat op een inspirerende manier zien hoe belangrijk het is om de verbinding met de natuur te herstellen als we echt duurzaam willen leven. Ze verweeft haar wetenschappelijke kennis over planten met de verhalen en tradities van haar inheems-Amerikaanse afkomst en persoonlijke ervaringen. Juist die combinatie maakt het boek zo bijzonder.”
Elke plek op de Veluwe fluistert een ander verhaal. En overal valt iets nieuws te ontdekken – een knus boshuisje, een goed bord eten, een uitzicht dat even stil maakt. Ik blijf wandelen, proeven, kijken. Altijd op zoek naar die ene plek die resoneert met mij.
‘In the Dutch Forest’ is mijn reis door het bosrijke hart van Nederland, en ik neem je graag mee. Weet jij een plekje dat fluistert? Tip me gerust, ik luister graag.
Het bos blijft altijd nieuwe verhalen fluisteren. Wil je blijven lezen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief via de website of volg de verhalen op Instagram: @inthedutchforest.
Deel je mooiste bosmomenten met andere lezers via #inthedutchforest.
Gelegen aan de rand van de uitgestrekte Veluwse bossen, omringd door hoge dennen en wandelpaden, ademt Buitenplaats ’t Soerel rust en natuur. De bosrijke omgeving maakt het niet alleen een culinaire bestemming, maar ook een startpunt voor een dag genieten in de buitenlucht. Op een zonnige middag ontmoet ik Anna Engels, de eigenaresse van dit …
Terwijl de laatste weken van het jaar langzaam voorbij glijden, lijkt de Veluwe nog meer dan anders haar rust uit te stralen. De dagen zijn kort, de lucht fris, en tussen de dennen hangt een stilte die bijna tastbaar is. Het is het soort moment waarop ik vanzelf wat stiller word en terugdenk aan alle …
De Tovertuin: waar voedsel en gemeenschap samenkomen
Hoe ontstaat een plek waar natuur, voedsel en gemeenschap samenkomen? In De Tovertuin in Epe draait het niet alleen om het verbouwen van groenten, bloemen en fruit, maar ook om bewustwording van de herkomst van ons voedsel. Op een zonnige zomerochtend ging ik in gesprek met initiatiefnemer Bram Lindhout over zijn liefde voor de natuur, de waarde van een gezonde bodem en het verhaal achter de zelfoogsttuin.
Hoe ben je op dit stuk land in Epe terechtgekomen?
“Ik heb de opleiding Biologische Landbouw gevolgd aan Warmonderhof in Dronten. Dat is een prachtige opleiding waar je intern woont volgens het motto: wonen, werken en leren. Je leeft er samen met andere studenten en leert vooral in de praktijk. Op het terrein zijn verschillende bedrijven, zoals een akkerbouwbedrijf, een veehouderij, een tuinbouwbedrijf en een fruitteeltbedrijf. Daar draai je mee in het dagelijkse werk, terwijl je daarnaast ook lessen volgt op school. Het mooie is dat je aan het einde van de dag van medestudenten hoort wat er op de andere bedrijven is gebeurd. Zo krijg je een breed beeld van de landbouw. Het circulaire landbouwsysteem sprak mij enorm aan en de biologisch-dynamische manier van werken vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt. Na mijn opleiding ben ik op reis gegaan om te zien hoe andere landbouwbedrijven en ecodorpen werken, zowel in Nederland als in het buitenland. Ik wilde ervaren hoe mensen samenleven met de natuur, met het land en met elkaar. Daarna ben ik gaan solliciteren en kwam ik terecht bij De Bolster, een biologische zadenkwekerij in Epe. Daar werkte ik onder andere mee aan de veredeling en gewasverzorging van tomaten, maar ook van rucola, bieten, komkommers, paprika’s en spinazie. Tijdens mijn sollicitatiegesprek vertelde ik al dat ik ooit een zelfoogsttuin wilde beginnen. Ik had toen al een moestuin op de plek waar nu de Tovertuin ligt. De eigenaren van het terrein hadden andere plannen met het land, maar die konden niet doorgaan omdat de benodigde vergunningen uitbleven. Ze hielden daardoor grond over en vroegen mij of ik er iets mee wilde doen. We zijn samen naar de kwaliteit van de bodem gaan kijken en waren meteen enthousiast.”
Dat klinkt interessant. Kun je iets vertellen over de kwaliteit van de bodem?
“Aan de west kant van het perceel ligt een laag van wel 80 centimeter zwarte grond. Zo’n bodem bouwt zich heel langzaam op, ongeveer een millimeter per jaar als je er goed voor zorgt. Organisch materiaal en voedingsstoffen worden opgenomen in de bodem, waardoor die steeds vruchtbaarder wordt. De ondergrond hier bestaat uit dekzand, dat tijdens de ijstijd is afgezet. Door eeuwenlang zorgvuldig beheer is daar een rijke teeltlaag bovenop ontstaan. Vroeger liepen schapen in de zomer op de heide en stonden ze ’s winters op stal. De stal werd bedekt met heideplaggen, die zich vermengden met de mest. Dat materiaal werd vervolgens over de akkers verspreid, waardoor koolstof en voedingsstoffen in de bodem terechtkwamen. Zo is die dikke laag zwarte grond in de loop van honderden jaren opgebouwd. Ik vind het een hele eer dat ik op zo’n vruchtbare bodem mag werken, waar al generaties lang goed voor is gezorgd. Aan de oost kant van het perceel is de bodem heel anders. Daar kom je grind, oer en leem tegen. Met die grond kun je veel minder goed groenten verbouwen, daarom hebben we daar vijvers aangelegd. Op een ander deel hebben we ruimte gemaakt voor natuurontwikkeling en heuveltjes aangelegd waar nu bessenstruiken groeien. Het is belangrijk om naar het land te luisteren en te kijken wat op welke plek het beste past. Verderop ligt de bloementuin. Dat is een wat natter gedeelte van het terrein en daardoor minder geschikt voor de groenteteelt. Voor de ontwikkeling van het land hebben we overal inheemse planten aangebracht. Daarnaast zijn er zo’n 2.000 boompjes geplant, lekker dicht op elkaar, zodat allerlei insecten zich erin kunnen terugtrekken. Die insecten helpen mee om een mooie natuurlijke balans te creëren. Zo zie ik al vroeg bladluizen in de kardinaalsmuts zitten, maar daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Sterker nog; ik ben blij want dat is de eerste voeding voor de lieveheersbeestjes, gaasvliegen en oorwormen waardoor het natuurlijke evenwicht behouden blijft.”
Waarom heb je gekozen voor het opzetten van een zelfoogsttuin?
“Het gemeenschapselement is voor mij heel belangrijk. Daarom heb ik gekozen voor een zelfoogsttuin. Mensen lopen hier zelf door de tuin en zien hoe alles groeit. Ze leren wanneer een groente, zoals een biet of venkel, klaar is om geoogst te worden. Het is mooi om te zien hoe enthousiast ze daarvan worden. Juist dat zelf door de tuin lopen en betrokken zijn bij het groeiproces geeft veel meer verbinding dan wanneer je simpelweg een groentepakket ontvangt. Leden mogen bovendien zelf bepalen hoeveel ze van een bepaalde groente meenemen. Dat gebeurt op basis van vertrouwen. Ik hoor vaak van mensen dat ze meer groenten zijn gaan eten sinds ze lid zijn. Ze weten precies waar hun eten vandaan komt, zien hoe het groeit en oogsten het supervers.Verbinding is hier het sleutelwoord: verbinding met het land, met het eten, met de gemeenschap, met de natuur en de seizoenen. De natuur is de context waarin dat allemaal samenkomt.”
Wat is je grootste uitdaging geweest de afgelopen jaren?
“In het begin maakte ik elke dag lijstjes met alles wat er moest gebeuren. Ik plande mijn werkzaamheden zorgvuldig in, maar kwam er al snel achter dat dat in de praktijk heel anders liep. Op vrijdag was ik soms nog bezig met de lijst van dinsdag. Alles kostte veel meer tijd dan ik van tevoren had ingeschat. Dat is iets wat je moet leren: hoeveel kun je eigenlijk doen in een bepaalde tijd? Daarnaast moest ik ook accepteren dat het werk hier nooit echt af is. Er is altijd wel iets te doen. De grootste uitdaging is dan ook om de juiste balans te vinden tussen mijn privéleven en het werk in de tuin.”
Wat is jouw favoriete activiteit op de Veluwe en welke tip zou je onze lezers meegeven?
“Ik wandel graag door het bos, al doe ik dat eigenlijk veel te weinig. Er is altijd genoeg te doen in de tuin, waardoor ik ook in de weekenden vaak aan het werk ben. Gelukkig is het in de winter wat rustiger. Dat heeft me de afgelopen twee winters de mogelijkheid gegeven om op reis te gaan. Mijn tip? Trek eropuit en neem de tijd om de natuur echt te ervaren. Wandel eens zonder haast door het bos of over het landschap en kijk goed om je heen. Hoe meer aandacht je hebt voor wat er groeit en leeft, hoe meer je gaat zien.”
Welke aspecten van de natuur spreken jou het meeste aan en waarom?
“De kringloop. In de natuur beweegt alles in cirkels. Alles wordt gegeten, vergaat en vormt weer voeding voor iets nieuws. Dat proces gaat voortdurend door. Daarnaast spreekt het zelfregulerende vermogen van de natuur mij enorm aan. Mensen denken vaak dat ze moeten ingrijpen wanneer er tijdelijk veel van een bepaalde diersoort is. Maar de natuur kent voortdurend verschuivende evenwichten. Het is een dynamisch systeem: soms is er even een overschot van een bepaalde soort, maar vaak ontstaat er in de jaren daarna vanzelf weer een natuurlijke balans.”
Welk boek lees je op dit moment?
“Op dit moment lees ik ‘Een vlecht van heilig gras’ van Robin Wall Kimmerer. Dat vind ik een prachtig boek. De schrijfster laat op een inspirerende manier zien hoe belangrijk het is om de verbinding met de natuur te herstellen als we echt duurzaam willen leven. Ze verweeft haar wetenschappelijke kennis over planten met de verhalen en tradities van haar inheems-Amerikaanse afkomst en persoonlijke ervaringen. Juist die combinatie maakt het boek zo bijzonder.”
Nieuwsgierig geworden naar De Tovertuin? Er is ruimte voor meer leden. Op de website vind je meer informatie.
Elke plek op de Veluwe fluistert een ander verhaal. En overal valt iets nieuws te ontdekken – een knus boshuisje, een goed bord eten, een uitzicht dat even stil maakt. Ik blijf wandelen, proeven, kijken. Altijd op zoek naar die ene plek die resoneert met mij.
‘In the Dutch Forest’ is mijn reis door het bosrijke hart van Nederland, en ik neem je graag mee. Weet jij een plekje dat fluistert? Tip me gerust, ik luister graag.
Het bos blijft altijd nieuwe verhalen fluisteren. Wil je blijven lezen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief via de website of volg de verhalen op Instagram: @inthedutchforest.
Deel je mooiste bosmomenten met andere lezers via #inthedutchforest.
Gerelateerde berichten
Buitenplaats ’t Soerel: eten, beleven en genieten in de Veluwse bossen
Gelegen aan de rand van de uitgestrekte Veluwse bossen, omringd door hoge dennen en wandelpaden, ademt Buitenplaats ’t Soerel rust en natuur. De bosrijke omgeving maakt het niet alleen een culinaire bestemming, maar ook een startpunt voor een dag genieten in de buitenlucht. Op een zonnige middag ontmoet ik Anna Engels, de eigenaresse van dit …
Zo beleef jij de Veluwe: Tips voor verblijf, eten en activiteiten
Terwijl de laatste weken van het jaar langzaam voorbij glijden, lijkt de Veluwe nog meer dan anders haar rust uit te stralen. De dagen zijn kort, de lucht fris, en tussen de dennen hangt een stilte die bijna tastbaar is. Het is het soort moment waarop ik vanzelf wat stiller word en terugdenk aan alle …